Christ lag in Todesbanden (Joh. Pachelbel (1653-1706).mp3

Rond een overlijden is het al lang niet meer vanzelfsprekend dat voor begeleiding bij de uitvaart een beroep wordt gedaan op de kerk of de dominee. Deels omdat er  minder actieve binding bestaat met de kerkelijke tradities en gewoontes. Deels ook omdat niet altijd bekend is wat van kerk en dominee gevraagd en verwacht kan worden. De begraafplaatsen in Drempt en Hoog-Keppel staan onder beheer van de Prot. Gemeente Drempt en Oldenkeppel. Daarom vertellen we hier iets over pastorale zorg, afscheidsdiensten, eeuwigheidszondag en rituelen die vanuit onze kerk worden aangeboeden.

Nadat we bericht hebben ontvangen over een overlijden maken we op zo kort mogelijk termijn een afspraak voor een gesprek met de nabestaanden. In een eerste gesprek kan het al gaan over de vorm van de afscheidsdienst of -plechtigheid. Maar er zal altijd ruimte zijn voor gesprek over wat er is gebeurd en wat dat in de laatste levensperiode en het sterven voor de betrokkenen betekent. Vaak zal het pas in een tweede en mogelijk derde gesprek gaan over vragen rond het afscheid. Wat kan er wel of niet, hoe stelt de familie zich dat afscheid voor, wie speelt daarbij welke rol, enz. Samen met de nabestaanden wordt gekozen voor woorden, teksten, gebeden, muziek, liederen, stilte, rituelen en gebaren die samen vorm geven aan het afscheid. Maar de familieleden nemen de definitieve beslissingen.







 

 Pastorale zorg

Als er contact met ons wordt opgenomen na een overlijden, gebeurt dat door de familie van de overledene of door de begeleidende uitvaartverzorger. Onze eerste vraag is dan niet of de overledene of de familie geregistreerde kerkleden zijn. De eerste prioriteit ligt bij de mensen die worden geconfronteerd met het overlijden van een dierbaar medemens: wat maken zij door, welke rol kan de kerk spelen om hen tot steun te zijn. Ook als niet wordt gekozen voor actieve bemoeienis met de uitvaart zelf willen we graag openstaan voor degenen die het verlies hebben geleden. Samen willen we zoeken naar vormen en rituelen die recht doen aan de overledene en de mensen die met hem of haar het leven hebben gedeeld. Andere, bijzondere geloofs- en levensvragen kunnen daarbij een rol spelen. Dat wordt grotendeels bepaald door vragen, behoeften en beleving van degenen die een beroep op ons doen. Bij actieve betrokkenheid van ons zal herkenbaar zijn, dat we dat doen vanuit onze geloofstraditie, open, niet dogmatisch, gericht op de betrokken mensen die een moeilijke fase doorleven.

We kennen in feite twee vormen van afscheid: die in het crematorium en die in de kerk, voorafgaande aan een begrafenis. Ook hier geldt dat de familie kiest voor de vorm die bij hen past. De mogelijkheden voor een afscheidsplechtigheid in een crematorium wordt mede bepaald door de beschikbare tijd en de gelegenheid voor begeleiding van te zingen liederen.

Bij een kerkdienst en begrafenis bij de kerk spelen tijdschema’s en tijdsduur geen rol. Er geldt in onze gemeente een grote mate van ruimte voor invulling van rituele behoeften en beleving van de nabestaanden. Hetzelfde geldt voor actieve betrokkenheid van familie en vrienden tijdens de viering. Die kan bestaan uit het binnen- en uitdragen van de kist in de kerk, het schikken van bloemen, het aansteken van kaarsen, het spelen van muziek, het lezen of spreken van een tekst, gedichten of een ”in memoriam”.

Alles is bespreekbaar, voor zover dat onze traditie geen geweld aandoet. Het komt ook voor, dat we adviseren en begeleiden bij het leggen van contacten met een andere predikant, humanistisch raadsman/–vrouw of spreker.Onze kerken zijn beperkt ten aanzien van het aantal bezoekers dat bij een dienst aanwezig kan zijn. Als er een erg grote opkomst wordt verwacht, tot ca 200 mensen, bestaat de mogelijkheid om bijgebouwen open te stellen en een geluidsinstallatie aan te leggen, zodat iedereen de dienst kan volgen.



Eeuwigheidzondag

In onze gemeente hebben we de gewoonte om in een dienst op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, eind november, de namen te noemen van de mensen die in het afgelopen jaar zijn gestorven en bij wiens afscheid wij betrokken zijn geweest. De betrokken familie ontvangt in de weken daarvoor een brief waarin zij wordt uitgenodigd om die dienst bij te wonen. Mocht de familie bezwaren hebben tegen het noemen van de naam van hun overledene, dan hebben we daar uiteraard respect voor en wordt dat achterwege gelaten. Telkens wordt bij het noemen van een naam ter gedachtenis een kaars aangestoken aan de paaskaars. Als symbool voor ons geloof dat de dood niet het laatste woord heeft, maar dat door Gods trouw leven en liefde boven de dood worden uitgetild. Nadat de namen van de overledenen zijn genoemd is er in een algemeen gedenken de ruimte voor wie dat wil, om een kaars aan te steken als herinnering aan hun eigen zieke of overleden geliefde. Elk jaar weer is dit een indrukwekkende gebeuren, dat mensen als troostend en verrijkend ervaren. Al was het maar door het samen delen van het verdriet en gemis dat nooit helemaal voorbij gaat. 

In de laatste decennia zijn er steeds meer vormen en gebruiken opgekomen die een rol spelen rond het afscheid van een gestorven medemens. Het voert te ver om hier al die gebruiken op te noemen en aan te geven welke voor ons wel en niet aanvaardbaar zijn. Dat laatste hangt namelijk sterk af van degenen die afscheid nemen en welke beleving voor hen met gebaar, vorm, beeld of ritueel verbonden is. Ook hierover is alles bespreekbaar. Het is mogelijk om, ook zonder dat een afscheid direct of in het nabije verschiet een rol speelt hierover een gesprek te hebben met onze predikant.

Contact voor pastorale zorg

Rond ziekte en dood kan iedereen een beroep op ons doen. Men kan er van verzekerd zijn dat wij in openheid en respect met u willen meedenken en zoeken naar wegen en vormen die tot steun zijn. Een belangrijke inspiratiebron voor ons is de manier waarop de Godsnaam in de Bijbel wel wordt vetaald: ”Ik zal er zijn voor jou!”  Wij geloven daar in en zien het als een inspiratie, aansporing en uitdaging om dat in de omgang met mensen waar te maken.